Arnhem Spookstad - Evacuatie na de Slag, 1944-'45

ARNHEM SPOOKSTAD


Hoofdstuk 4

Tommies bezetten de politiebureaus

,,Voor de politie was er door de luchtaanvallen op 17 september natuurlijk heel wat werk aan de winkel. Zij werd geconfronteerd met bominslagen, doden, gewonden, branden en vernielingen. Maar tussen al die ellende door was er ook een vreugdevol bericht: dat op de hei bij Wolfheze luchtlandingen plaatsvonden.'' Dat vertelt Hans van Maris, toen 24 jaar. Hij was inspecteur van de gemeentepolitie van Arnhem en hij bevond zich tijdens de Slag op het hoofdbureau aan de Bovenbeekstraat.

MapArnhem < Landingsplaatsen voor de Britse en de Poolse troepen (Kaart The Battle (Polish Armed Forces Historical Association)

Joannes van Kuijk (27) was telex- en telefoonwacht in het gewestgebouw van de rijkspolitie aan het Eusebiusplein. ,,Daar pakten de NSB-officieren in de late middag hun hele boeltje in. Ze verlieten om half zes het pand en even later informeerde een van hen nog telefonisch of de schipbrug bij Doesburg bruikbaar was. Vermoedelijk wilden ze dus in de richting van Zevenaar over de Duitse grens vluchten.'' Beide gebouwen zouden tijdelijk huisvesting gaan bieden aan Britse soldaten, die werden ingezet bij de slag om de Rijnbrug.
,,Ondanks alles was de stemming bij de gemeentepolitie uitstekend'', zegt Van Maris. ,,We hadden vernomen dat de Engelsen al door Oosterbeek trokken en in het Sint-Elisabethsgasthuis zaten, terwijl af en toe duidelijk hoorbaar was dat bij de Rijn geschoten werd. De bevestiging van de vorderingen kwam uit eigen kring. Een van de korpsleden kwam opgetogen binnen. Hij had gezien dat Duitse militairen bij Musis Sacrum, waar het Wehrmachtsheim gevestigd was, druk bezig waren goederen in vrachtwagens te laden. Op het trottoir voor Vroom en Dreesmann zag hij zich plotseling omringd door soldaten die uit het niets opdoken, met andere helmen dan de Duitse 'potten'. Voordat hij het besefte was zijn dienstrevolver afgenomen en werd hem in het Engels de weg naar de Rijnbrug gevraagd. Dat was niet zo moeilijk: rechtdoor, 800 meter verder. Hij waarschuwde nog voor de Duitsers in Musis, maar de para toonde zich niet verbaasd en zei: 'Dat weet ik. We zijn er even wezen kijken'.''

Machtsovername

,,Rond negen uur 's avonds trokken er veel troepen langs het gewestgebouw'', vertelt Van Kuijk. ,,We konden niet onderscheiden of het Engelsen of Duitsers waren. Er werd gemorreld aan de kelderdeur en even later aangebeld. Ik deed open. Tot mijn verbazing zag ik Engelse soldaten. Ik liet ze binnen en met tussenpozen kwamen er nog veel meer, tot er vijftig à zestig aanwezig waren. Ze vroegen allerlei bijzonderheden over de omgeving en een gedeelte groef zich in aan de overkant van de weg, richting brug, in de grootst mogelijke stilte. Op het pleintje voor de woning van dr. Niekerk aan de Hofstraat werd een mortierstelling gereed gemaakt; op de hoek in de tuin een anti-tankgeschut. In de omgeving waren al veel branden, onder meer in de huizen achter de brug aan de zuidkant en de herenhuizen aan de Eusebiusbuitensingel.''
Om half elf namen de Britten de macht over in het hoofdbureau van gemeentepolitie. ,,Een van de inspecteurs kwam binnen met tien leden van de Britse militaire politie en vijftien Duitse krijgsgevangenen'', aldus Van Maris. ,,De commandant, een sergeant, deelde mee dat het zijn opdracht was het hoofdbureau te bezetten. Hij gaf order de krijgsgevangenen in te sluiten en de politie voldeed daar met veel genoegen aan. Het werd wel een beetje vol, want er zaten ook al twaalf 'gewone' arrestanten, maar die verhuisden naar de binnenplaats. Er moesten meerdere arrestanten in een cel worden opgeborgen; daar maakten we ons toen niet zo druk om als tegenwoordig. En na een klein feestje met Engelse sigaretten en chocolade gingen de para's rustig slapen. Tot verbazing van iedereen, want dat vonden we nogal nonchalant. Toen het licht begon te worden reden er tot onze teleurstelling in de Bovenbeekstraat wel Duitsers maar geen Engelsen voorbij. Wanneer de Moffen het gebouw zouden heroveren zou het moeilijk zijn een bevredigende verklaring te geven voor de gang van zaken. Het leek verstandig het hoofdbureau te verlaten nu het nog kon. De Nederlandse arrestanten werden losgelaten en de politieambtenaren gingen naar huis. Het rapport van de wachtcommandant, waarin veiligheidshalve niets was vermeld over de komst van de Engelsen, houdt om 07.00 uur zomaar op. Pas op 28 april 1945 werden de werkzaamheden weer in enige omvang hervat.''

Brugtever

De brug van Arnhem die 'te ver' bleek Bron: 'Verhalen uit Arnhem'

Gevecht om de brug

,,Op maandag 18 september 1944, om 06.00 uur, begon het gevecht om de brug'', meldt Van Kuijk nauwgezet. ,,In de loop van de dag begon er enig Duits overwicht in de strijd te komen. Terwijl in het centrum steeds meer branden ontstonden kregen wij het hevig te verduren. Maar we bleven op onze post, en hadden geregeld contact met de ondergrondse en met de gemeentepolitie aan de Bovenbeekstraat. 's Nachts lagen er ongeveer vijftig Tommies in het gebouw, waarvan de helft op wacht ging.''
De Britten in het hoofdbureau voelden zich volgens Van Maris slecht op hun gemak. ,,Ze zagen in de Bovenbeekstraat gewapende Duitse soldaten, hun radioverbinding werkte niet zodat ze niets wisten van de situatie bij de Rijnbrug en in Oosterbeek en hun voedselsituatie was slecht.'' Op 19 september werd de toestand kritiek. ,,De krijgsgevangenen werden opstandig'', aldus Van Maris. ,,Niet alleen hadden ze honger, maar ook hoorden ze voortdurend het laarzengekletter van hun kameraden. In hun cellen zat aan de straatzijde, hoog in de muur, een getralied raampje. Ze hesen iemand omhoog om het ruitje in te slaan. Daarna riepen ze, als er iemand langs kwam: 'Engelsen, help!'. Dat bleef zonder resultaat, maar wel werkte het de para's op de zenuwen. Sommigen stelden al voor de gevangenen dood te schie*ten, maar de meerderheid was tegen.''
De situatie bleef de hele dag gespannen. Een Duitser die het hek probeerde te openen werd in de schouder geschoten. Een andere sloeg een ruit in en pikte een walkie-talkie van tafel, zonder de Britten te ontdekken. Die waren er intussen ooggetuige van dat de Bata en Van der Hart door soldaten en burgers werden geplunderd. Twee van die burgers kwamen zelfs, de armen vol geroofde goederen, het bureau binnen. Ze schrokken zich wezenloos toen ze plotseling van alle kanten stenguns op zich gericht zagen. Na enig praten mochten ze gaan.

Kogelregen

,,De Britten besloten om, als het donker werd, uit te breken naar de Rijnbrug'', vervolgt Van Maris. ,,Om te zien waar die lag klommen twee militairen op het dak, maar daar was hij niet te zien. Wel zagen ze een groepje Duitsers staan. Een van de para's kon zich niet bedwingen en gaf een vuurstoot met zijn stengun. Waarschijnlijk concludeerden de Duitsers dat het schot vanuit het politiebureau was afgevuurd. Korte tijd later stopte een vrachtwagen vol SS'ers. Die sprongen er uit, stormden door de grote toegangspoort en over de binnenplaats, schoten een regen van kogels af en gooiden handgranaten. Een sergeant sneuvelde en de overige para's gaven zich over. De Duitsers bevrijdden hun landgenoten uit de cellen en gooiden het lijk van de sergeant op het trottoir voor het hoofdbureau. De volgende dag trof ik het daar aan; het mocht er vijf dagen lang niet worden weggehaald. Een parachutist bleef achter. Hij zat toen de aanval begon als enige op de eerste verdieping en verstopte zich in een donkere hoek op zolder. Hij is er nog wekenlang ondergedoken gebleven.''

Hopeloos

Ook voor de Britten in het gewestbureau werd de situatie hopeloos. ,,Tegen de avond begonnen de gebouwen aan de achterzijde van ons gebouw te branden'', vertelt Van Kuijk. ,,Met vlammenwerpers ruimden de Duitsers menige gevechtshaard op. We besloten over te steken naar de Hofstraat, waar een andere troep zat. Een eerste poging werd gestaakt; de volgende lukte. In een run en met tien meter afstand staken we onder hevig vuur van de Duitsers het plein over. Hoeveel er achterbleven weet ik niet. In de tuin aan de Hofstraat maakten we loopgraven. Van slapen kwam niet veel. Alles brandde nog fel. De klokken van de St. Eusebiuskerk, vleugellam geschoten door zware granaattreffers, speelden af en toe een paar tonen. Het wekte een gevoel op dat niet onder woorden is te brengen.''

pantsers

Duitse pantservoertuigen op weg naar de brug. (Tekening Leo Brameijer)

Op 20 september bereikten de gevechten om de Rijnbrug een hoogtepunt. ,,De Duitsers schenen goed te weten waar de laatste restanten Engelsen zaten'', zegt Van Kuijk. ,,De verliezen waren zeer hoog. Versterkingen bleven uit. Ondanks alles bleven de Tommies optimistisch. Onvergetelijk is de rust en kalmte waarmee ze de gevechten voortzetten.''
De laatste uren van de slag maakte hij mee in het hoofdgebouw van Rijkswaterstaat; een Britse commandopost, waar bovendien 66 Duitse krijgsgevangenen en dertig gevluchte burgers zaten. Dat werd 's avonds door de Duitsers in brand geschoten. De gewonden werden naar buiten gebracht, de overgebleven militairen gaven zich over en de vluchtelingen vertrokken.
,,Op aanraden van de Engelse commandant stopten wij onze uniformen en wapens weg en sloten ons wijselijk bij de burgers aan. We liepen de glooiing van de brugoprit op en keken rechts en links in de lachende en grijnzende tronies van het 'Herrenvolk' waaraan we nu weer overgeleverd waren.''


Naar hoofdstuk 5. Het gaat goed, het gaat niet goed!

Terug naar Voorwoord


Zie ook:
Interview met de Britse bevelhebber brigadegeneraal John Hackett (1910-1997): 'Slag om Arnhem ging bij Nijmegen verloren'


Aangepast zoeken

ANDRÉ HORLINGS OP INTERNET:
Arnhem Spookstad | Rees: De verzwegen deportatie | Kriegsgefangenenpost | Het drama van de SS Pavon
Artikelen en features | Krapulistische oprispingen | 100 jaar Apeldoornse Courant
Webcams: World Webcam Monitor > Unprotected webcams > Cruiseship cams > List of webcams and more
Media: Press > TV > Radio & video > Twitter and more
World: Atlas | Natural events | Weather > Climate change | Disasters > Earth's End
Various: Dutch Courage's Boeken | Guitar at Charles Bridge | Contact


© André Horlings
Make a Free Website with Yola.